zondag 4 juli 2010

Vertrouwen in de journalistiek blijft noodzakelijk (III) (bron: De nieuwe reporter)

Het is om moedeloos van te worden. Strijden tegen dit soort journalistieke mastodonten is zinloos, het weerwoord zal toch nooit worden begrepen, laat staan tot een andere visie leiden. Zelfs GeenStijl heeft er zijn grote succes aan te danken, effectief als ze is om de “blind spots” in de analyse van de kwaliteitsjournalist bloot te leggen. Ook in deze column weer de ene na de andere blunder en het gemakkelijke afschuiven van het ontstane wantrouwen op losgeslagen burgers en aluhoedjes.

Het is natuurlijk klip en klaar dat het wantrouwen in de traditionele journalistiek een gevolg is van andere factoren dan hier betoogd. Een journalistiek die niet in staat is tot een evenwichtige analyse van maatschappelijke ontwikkelingen, waarbij heel selectief belangrijke issues worden gebagetelliseerd en onderstromen worden gemist of met dedain worden afgeserveerd, is zelf schuldig aan ontstaan wantrouwen. Tel daarbij op een enorme vervlakking en in het journalistieke werk – Humberto Tan was recentelijk als nota bene RTL boulevard presentator een van de weinigen die werkelijk de angels in het PVV programma ontdekte en dat in zijn uitstekende, kalme en onbevooroordeelde commentaar verwerkte zonder Wilders als een nazi in de hoek te zetten – en de voortdurende hang naar hype en relzucht, en het is duidelijk dat onze zogenaamd objectieve, betrouwbare en geloofwaardige kwaliteitsjournalistiek alles aan zichzelf heeft te danken.

Burgers zijn niet gek, het internet is geen oorzaak en zelfs de ontzuiling biedt geen verklaring. Het is het ontransparante en zichzelf steeds in bescherming nemende systeem van oude instituties, onlosmakelijk vervlochten met de traditionele journalistiek, en hun angstvallig vasthouden aan een maatschappijvisie uit de jaren zeventig van de vorige eeuw, dat zorgde voor toenemende en zeer terechte kritiek vanuit de samenleving. En hoe hardnekkig en arrogant die visie is kunnen we lezen in ontelbare artikelen van mensen als Henk Blanken en honderden gelijkgestemden. Ze begrijpen er nog steeds niets van en worden al meer dan een decennium weggelachen door verstandige burgers die wel doorhebben wat zich voltrekt.

Posted via email from School of Media @ Windesheim

vrijdag 2 juli 2010

Vertrouwen in de journalistiek (II): De mediamaslow (bron: De nieuwe reporter)

piramideOp de markt voor media is “vertrouwen” geen modieus artikel. De Google-generatie betaalt er niets extra’s voor; ze kunnen zonder – denken ze. Klassieke journalisten hebben het daar moeilijk mee, omdat hun handelswaar gemaakt is van betrouwbaarheid, zoals brood van granen. Voor een flink deel is de crisis in de journalistiek hierop terug te voeren, maar de kans is groot dat dit verandert. Misschien verklaart de “mediamaslow” waarom.

Nieuws is een product, net als opinie. Vertrouwen is dat niet. Het is een aspect van informatie-uitwisseling, een kwaliteit, zoals de kleur van een auto. Vertrouwen is “los” geen geld waard, evenmin als een merknaam. Het merk Google is het duurste op aarde, maar is niet los verhandelbaar (uitzonderingen zijn dat slechts in schijn: het computermerk Commodore bracht geld op zonder productielijn, maar die transactie werd pas zinvol toen er weer Commodore-producten waren).

Als aspect van de informatie-economie is vertrouwen veel geld waard geweest. Dat merk je als het weg is. De koersen van banken dalen als klanten graaiende bankiers gaan wantrouwen. Campagnes om het vertrouwen van de burger in de politiek te herstellen kosten handenvol geld. Maar de NRC-lezer die jaar in jaar uit zijn abonnementsgeld overmaakte, stond er nauwelijks bij stil dat hij betaalde voor betrouwbaarheid.

Mediamaslow
De technologie van internet heeft het ecosysteem van het nieuws nogal verstoord. Oude en stabiele productielijnen zijn ineens achterhaald. Het aanbod is oneindig veel groter dan de vraag. En de verpakking van het nieuws – de krant van half zeven, het journaal van acht uur – wordt op den duur even anachronistisch als een twintigdelige hardcover encyclopedie. Dat uiteenvallen van de verpakking wordt unbundling genoemd. En met die ontbundeling wordt betrouwbaarheid een aspect waar je voor kunt kiezen – of niet.

Het fenomeen – vertrouwen als mode van gisteren – doet denken aan de piramide van Maslow. Zoals we weten sinds de Amerikaanse psycholoog Abraham Maslow zijn schema in 1943 ontwikkelde, streeft de mens de bevrediging van zijn behoeften in een bepaalde volgorde na. Eerst willen we eten en drinken, dan een dak boven ons hoofd, daarna pas vriendschap en liefde. Als aan die behoeften is voldaan, verlangen we naar waardering, kennis en uiteindelijk naar zelfontplooiing.

Hoewel er van alles aan te merken valt op de Maslow-piramide (zie Wikipedia), zegt het model misschien iets over de manier waarop we onze behoefte aan informatie – aan kennis zo men wil – bevredigen. Zou er een logische volgorde kunnen zitten in hoe we nieuws consumeren? En is die volgorde misschien overhoop gegooid door de verstorende technologie van internet?

Gele pc’s
Sommige producten worden snel beter, maar op onderdelen helemaal niet. Het heeft decennia geduurd voordat je een pc kon kopen met een andere dan een grijze kast. Kennelijk zat niemand op een gele pc te wachten. Dat veranderde toen Apple ontdekte dat die behoefte aan vormgeving – en veel gebruiksvriendelijkheid – niet afwezig was, maar sluimerde. Eerst moest een pc krachtiger, betaalbaarder, compacter en betrouwbaar zijn.

In het klassieke massamediale model van het nieuws – dat nog steeds functioneert, zij het op zijn laatste benen – kun je verschillende productkwaliteiten aanwijzen. Actualiteit, compleetheid, amusementswaarde. Het vermogen om de macht te controleren was een toegevoegde waarde. Dat de krant stipt op tijd werd bezorgd een andere. En betrouwbaarheid – ik geloof die krant – had waarde omdat die zich vertaalde in bijna levenslange verbintenissen (“Ik ben al veertig jaar lid, meneer”).

Maar ontbundeling heeft die samenhang verstoord. En het aanbod van nieuws heeft de hiërarchie van deelbehoeftes overhoop gehaald. Actualiteit is nu schreeuwend belangrijk. Het nieuws moet overal kunnen worden genoten. Informatie moet onmiddellijk bruikbaarheidwaarde hebben, op de individuele consument toegesneden. Dat we kunnen terugpraten (reaguren) lijkt waardevoller dan de afgewogen opinies van deskundigen. Er is minder vraag naar compleetheid dan naar compactheid, minder naar gezag dan naar transparantie, meer naar links dan naar credits.

Niet onwrikbaar
Waarom is Maslow nuttig in dit verhaal? Omdat de hiërarchie van de bevrediging van informatiebehoeftes misschien niet onwrikbaar vastligt. Het lijkt erop dat die zich nog vormt; internet is per slot van rekening nog een onvolwassen medium, het ontwikkelt zich nog volop.

Toen de netwerktechnologie informatie overvloedig maakte, zijn we onze specifieke nieuwsbehoeftes opnieuw gaan indelen, afhankelijk van de mogelijkheden. Eerst wilden we vooral veel weten. Toen moest het snel. Toen op onze persoonlijke maat. Toen bruikbaar. Toen mobiel. Ergens daartussendoor bevredigden we onze behoefte aan communicatie over het nieuws. En gingen we bewegend beeld hoger waarderen dan tekst.

Over de volgorde van die deelbehoeften valt graag te twisten, maar misschien bestaat er een hiërarchie die je de mediamaslow zou kunnen noemen. Als dat zo is, is het heel wel denkbaar dat nieuwsconsumenten – als ze al hun primaire behoeften hebben vervuld – waarde gaan zien en, vooruit, geld willen gaan betalen voor betrouwbaarheid. Dan is de collectieve argwaan jegens de pers misschien slechts een overgangsfase.

Dit is het tweede deel van een korte serie posts over het vertrouwen in de journalistiek. Dit artikel verscheen eerder op het weblog van Henk Blanken.

Posted via email from School of Media @ Windesheim

Onderzoek naar mediabestedingen in Nederland · (via Marketingfacts)

Op 23 juni 2009 presenteerde de Tijdelijke Commissie Innovatie en Toekomst Pers het adviesrapport ‘De volgende editie’ (pdf).  De commissie bracht advies uit over de innovatiemogelijkheden binnen de pers op korte termijn en over de toekomst van de Nederlandse nieuws- en opinievoorziening op lange termijn, toegespitst op de rol van de pers. Eén van de aanbevelingen van de commissie was een onderzoek naar de effecten van reclame bij de publieke omroep (landelijke, regionaal, lokaal), om vast te stellen of en hoe dit fenomeen het concurrentieveld in de mediasector beïnvloedt. De Ministeries van OCW en EZ hebben naar aanleiding daarvan besloten onderzoek te laten doen naar hoe de reclamemarkt zich de komende jaren zal ontwikkelen. TNS Nipo en Nielsen presenteerden eind mei de resultaten van dit onderzoek (pdf).

Naast een overzicht van de netto en bruto mediabestedingen over de periode 2000-2009, geeft het onderzoeksrapport een toekomstverwachting van de mediabestedingen:

Op 23 juni 2009 presenteerde de Tijdelijke Commissie Innovatie en Toekomst Pers het adviesrapport ‘De volgende editie’ (pdf).  De commissie bracht advies uit over de innovatiemogelijkheden binnen de pers op korte termijn en over de toekomst van de Nederlandse nieuws- en opinievoorziening op lange termijn, toegespitst op de rol van de pers. Eén van de aanbevelingen van de commissie was een onderzoek naar de effecten van reclame bij de publieke omroep (landelijke, regionaal, lokaal), om vast te stellen of en hoe dit fenomeen het concurrentieveld in de mediasector beïnvloedt. De Ministeries van OCW en EZ hebben naar aanleiding daarvan besloten onderzoek te laten doen naar hoe de reclamemarkt zich de komende jaren zal ontwikkelen. TNS Nipo en Nielsen presenteerden eind mei de resultaten van dit onderzoek (pdf).

Naast een overzicht van de netto en bruto mediabestedingen over de periode 2000-2009, geeft het onderzoeksrapport een toekomstverwachting van de mediabestedingen:


-->

De mediabranche is in Nederland een erg volwassen markt en dit betekent dat de aandelen van de mediumtypen onderling de laatste jaren relatief stabiel zijn. Zo zijn de marktaandelen tussen de mediumtypen vanaf 2005 nauwelijks gewijzigd (met uitzondering van internet). De verwachting voor de middenlange termijn, 2010-2013, is dat de mediabestedingen weer zullen herstellen van de dip in 2009. Met hoeveel precies is afhankelijk van macro economische ontwikkelingen, bedrijfsresultaten en andere factoren die de mediabudgetten van adverteerders bepalen. De volwassen traditionele media zullen elkaar wat procenten marktaandeel blijven afsnoepen alleen het mediumtype internet zal harder groeien dan het marktgemiddelde aldus TNS Nipo en Nielsen.

De grootste verandering bij televisie zal waarschijnlijk te maken hebben met de convergentie met internet. De vraag is niet of dat gebeurt, maar wanneer. Wat traditionele spot advertising betreft is de verwachting dat deze vorm van adverteren redelijk aan het plafond zit als het gaat om de hoeveelheid spots. Dit heeft te maken met regelgeving, maar ook vanuit de markt zelf is er toch wel kritiek op de hoeveelheid spots die er wordt uitgezonden. Radio heeft zijn kracht in de loop van de tijd bewezen, maar er zijn geen tekenen dat er echt grote vernieuwingen bij dit mediumtype aan zitten te komen. Bij de dagbladen is de verwachting dat exploitanten nog meer multimedia platforms zullen gaan aanbieden. De Persgroep daarentegen kiest wel duidelijk voor een één-dimensionale strategie en heeft echt gekozen voor het mediumtype dagblad juist als een goed advertentiemedium. Regionale dagbladen zullen het moeilijk blijven houden. Internet en lokale media zullen steeds meer de rol van regionale dagbladen overnemen. Waardoor op termijn meer regionale titels zullen verdwijnen. Ook bij de publiekstijdschriften is de verwachting dat de ontwikkeling naar meer multimediale platforms zal doorzetten.

Opmerkelijk genoeg verwacht TNS Nipo en Nielsen niet dat internet de komende jaren internet voor grote adverteerders (top 500) het hoofdmediumtype zal worden in plaats van nu bijvoorbeeld televisie of dagbladen. Een heel groot bereik in een korte tijd realiseren zal toch moeilijk blijven op internet aldus de onderzoekers.

De discussie over of iets televisie is of internet wordt nu al gevoerd in de bereiksonderzoeken. Hoort het aantal mensen dat via bijvoorbeeld uitzendinggemist.nl een tv-programma bekijkt nu bij het televisiebereik of het internetbereik of bij beide typen bereik? Eenzelfde discussie zou gevoerd kunnen worden over de papieren krant en de krant online. Deze discussies duiden er ook op dat platforms steeds belangrijker worden in plaats van de individuele mediumtypen.


  •  
  • 177x 228x 0

  • vrijdag 2 juli 2010, 7:15
reageer

Doorsturen of afdrukken

Posted via email from School of Media @ Windesheim

donderdag 1 juli 2010

Jongeren meer online en minder TV · Mediaonderzoek.nl

Jongeren meer online en minder TV

Gisteren publiceerde CBS een bericht over de toenemende online mediaconsumptie bij jongeren ten koste van televisie. In 2009 had 99% van de jongeren van 12 tot 25 jaar toegang tot internet. Negen op de tien jongeren brachten ook dagelijks tijd door op het web. In 2005 lag dit aandeel met 76% veel lager. Jongeren internetten vooral om te communiceren (e-mailen en chatten), voor het spelen van games en downloaden van films en muziek. Jongeren van 12 tot 25 jaar bestellen en kopen online ook steeds meer producten zoals kleding, sportartikelen en kaartjes voor evenementen. Dit aandeel is toegenomen van 46% in 2005 tot 70% in 2009.



CBS stelt verder dat jongeren online veel televisieprogramma’s op elk gewenst moment bekijken. Ze zitten de afgelopen jaren dan ook steeds minder voor de ‘televisie’. Het aandeel 12- tot 18-jarigen dat 10 uur per week of meer tv kijkt via een tv-toestel is gedaald van 76% in 2000 tot 62% in 2008. Het aandeel jongeren dat geen of minder dan 10 uur per week voor de tv zit nam in dezelfde periode flink toe van 24 naar 39%. In minder sterke mate geldt deze trend ook voor de jongeren van 18 tot 25 jaar, aldus het CBS.

Twee weken geleden kwam SPOT naar buiten met het eigen Tijdbestedingsonderzoek. Ook daarin werd melding gemaakt van de lange tijd die jongeren online besteden aan vooral social media.


-->

Posted via email from School of Media @ Windesheim

Google Nieuws

Check out this website I found at news.google.nl

commentaar van Vincent: wegwezen

Posted via email from School of Media @ Windesheim

woensdag 30 juni 2010

Wie vertrouwt de journalist nog? (bron: de Nieuwe Reporter)

Gerelateerde posts

Journalistiek zonder Journalisten

Mark Deuze vertelt over “Journalistiek zonder Journalisten” (op basis van een oudere bijdrage in het NRC Handelsblad en een binnenkort te verschijnen publikatie als co-auteur samen met Leopoldina Fortunati met als werktitel “Journalism Without Journalists”) op de Universiteit van Leiden.
De presentatie is zowel openbaar toegankelijk en gratis. Plaats: Lipsius-gebouw zaal 003, van 19.00-20.45 uur. [...]

lees verder.

Bruikbaar overzicht kwaliteitsdiscussie

Het Nederlandse debat over journalistieke kwaliteit is de afgelopen jaren vrijwel stilgevallen. Mogelijk leeft het op door de komst van “Journalistieke kwaliteit in het crossmediale tijdperk”, een lijvig boek met website waarin oud-journalist en communicatiewetenschapper Kees Buijs het complexe debat in heldere taal inzichtelijk maakt.

Zijn vertrekpunt is dat de kwaliteit van het journalistieke werk van [...]

lees verder.

Britse poll: niet minder vertrouwen in journalisten

Het vertrouwen van de gemiddelde Brit in journalisten is de laatste 25 jaar niet gedaald. Dat stelt het Britse onderzoeksbureau Ipsos Mori na een mondelinge enquête onder tweeduizend volwassenen in Groot Brittannië. De uitkomsten van het onderzoek zijn gepubliceerd bij Press Gazette. Algemeen wordt aangenomen dat het vertrouwen dat het publiek in journalisten heeft, daalt. [...]

lees verder.

Posted via email from School of Media @ Windesheim

maandag 28 juni 2010

Persberichten verspreiden... 'PressDoc: persbericht wordt social media release'

pressdoc-logoPersberichten 2.0 voor een effectiever bereik. Een gesprek met Stefan Borsje van PressDoc.

Wat doet de site?

“PressDoc is een online platform voor “persberichten 2.0″ (ook wel “social media releases”). Waar traditionele persberichtendiensten er voor zorgen dat je persbericht bij een paar honderd vaak anonieme ontvangers terecht komt (waarvan je nog maar af moet wachten of ze je nieuws überhaupt wel interessant vinden), is PressDoc gericht op personen en organisaties die zelf al een lijst van contacten hebben, maar deze niet willen vermoeien met een lange standaardtekst in een Word-document. In plaats daarvan verstuur je een linkje naar een mooi opgemaakte pagina met afbeeldingen en video’s, waar statistieken van bijgehouden worden en die makkelijk te delen is voor en door geïnteresseerden.”

pressdoc-screenshot-1

Waarom deze site?

“Allereerst willen we het voor journalisten en bloggers makkelijker maken om alle relevante informatie rondom een persbericht handig op één plek te kunnen vinden. Daarnaast willen we personen en organisaties een eenvoudige en goedkope manier bieden om persberichten te publiceren die maximaal gebruik maken van de mogelijkheden die het web en social media bieden.”

Hoe werkt de site?

“Je maakt een account aan op PressDoc.com en vervolgens kun je meteen aan de slag. Eenmaal ingelogd kun je een PressRoom aanmaken voor ieder bedrijf of merk waar je persberichten voor wilt publiceren. Vervolgens werkt het aanmaken van de persberichten bijna hetzelfde als blogposts in bekende blogsoftware: je vult alle gegevens in, uploadt attachments zoals afbeeldingen en video’s en vervolgens publiceer je je bericht. Uiteraard kun je je bericht achteraf altijd nog aanpassen, iets wat met de meeste standaard persberichtdiensten niet mogelijk is.

PressDoc helpt je vervolgens op weg met het distribueren van je persbericht, door middel van e-mail- en tweet-templates die je direct naar je contacten kunt versturen, PressRoom- en categorie-specifieke RSS-feeds, e-mail alerts en verzending naar de bekende zoekmachines (waaronder Google News, je bericht wordt dus bijna direct geïndexeerd).”

pressdoc-screenshot-2

Wat zijn de facts?

“Sinds eind april is de site live en we zijn al door een flink aantal leuke klanten gevonden, zoals Selexyz, Heinz, 9292, G-Star en Deloitte. Het aantal bezoekers op de persberichten verschilt natuurlijk enorm per bericht, maar persberichten die enkele honderden bezoekers (met een gemiddelde bezoekduur van meer dan 2 minuten) weten te interesseren zijn geen uitzondering.”

Wie maakt de site?

“PressDoc wordt ontwikkeld door mijzelf (Stefan Borsje, development) en Marc Köhlbrugge (design). Daarnaast hebben we op gebied van PR, marketing en conceptontwikkeling veel hulp van het team van The Next Web (bestaande uit Boris Veldhuijzen van Zanten, Patrick de Laive en Arjen Schat).”

Stem op PressDoc voor de Site gespot top 50

68% 32%

19 stemmen

Posted via email from School of Media @ Windesheim